Het verhaal van Zeger, Rik en Laure

'De natuur biedt ons volop genetische variatie'

Biodiversiteit is essentieel voor de veredeling van groenten. Daarom werkt Rijk Zwaan wereldwijd samen met genenbanken en ondersteunen we verzamelmissies. Zeger van Herwijnen, Laure Pohu (Phytopathology Research) en Rik Lievers (Specialist Genetic Resources) vertellen er meer over.

Genenbanken

“Genenbanken bestaan op internationaal, nationaal en regionaal niveau. Bijna elk land heeft wel een of meerdere genenbanken. Bij genenbanken worden zaden of ander plantaardig materiaal opgeslagen. Zo blijven de zaden van die planten en de natuurlijke genetische variatie bewaard. We ondersteunen verzamelmissies die genenbanken organiseren om hun collecties uit te breiden en genetische bronnen vast te leggen. Daarnaast helpen we met het vermeerderen en beschrijven van de collecties van genenbanken. Ook ontvangen we soms medewerkers van genenbanken en tonen hen hoe wij in de veredeling omgaan met de genetische bronnen die we van hen hebben verkregen”, vertelt Rik.

Verzamelmissies

“Op verzamelmissies wordt gezocht naar wilde varianten van cultuurgewassen. Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN), een onderdeel van Wageningen Universiteit en Research (WUR), organiseert bijna elk jaar een verzamelmissie, die steeds gesponsord wordt door Nederlandse veredelingsbedrijven. Doordat in herbaria* en flora wetenschappelijk is vastgelegd waar bepaalde plantensoorten groeien, kan gericht gezocht worden. Zo is er in de afgelopen jaren bijvoorbeeld gezocht naar wilde sla in Tadzjikistan en wilde spinazie in Armenië”, vertelt Zeger.

“Op locatie wordt zaad verzameld van de wilde planten. Per locatie worden zakjes gevuld met zaad van één of meer planten. Zo’n zaadmonster noemen we dan een accessie. Zaad van alle accessies wordt, als dat op prijs gesteld wordt, gedeeld met de nationale genenbank van het land waarin verzameld wordt. Zo blijven ze beschikbaar voor geïnteresseerden in het land, bijvoorbeeld voor wetenschappelijk onderzoek”, legt Laure uit.

*Herbaria zijn verzamelingen van gedroogde planten. De collectie kan gebruikt worden voor onderzoek of als bewijs dat een bepaalde soort op een bepaalde plaats voorkomt. In Nederland is het nationale herbarium gehuisvest in Naturalis te Leiden.

Opslag

Het deel van het zaad dat meegaat naar Nederland wordt vervolgens verdeeld tussen de meewerkende bedrijven, die de taak op zich nemen om die accessies te vermeerderen. Vaak worden er namelijk slechts een beperkt aantal zaden meegenomen en de CGN genenbank wil van elke accessie toch wel een paar duizend zaden hebben voordat deze in de collectie kan worden opgenomen. De vermeerderde zaden gaan naar het CGN, die deze opslaat in een grote diepvrieskluis. Geïnteresseerde particulieren en bedrijven kunnen vervolgens bij het CGN een zaadmonster van accessies die ze interessant vinden opvragen.

Van het vermeerderde materiaal wordt ook weer een deel opgeslagen in Spitsbergen, waar een wereldzadenopslag is gehuisvest die functioneert als back up van nationale genenbanken zoals het CGN. Op Spitsbergen zijn op 120 meter diep, zo’n 1,5 miljoen zaden van verschillende cultuurgewassen opgeslagen. Deze ‘zaadkluis’ is niet voor niks daar. Het is er relatief afgelegen, de ligging is ruim boven zeeniveau en de omgevingstemperatuur is permanent onder het vriespunt. Dit maakt het een zeer veilige plek om zaad heel lang te bewaren”, vertelt Zeger.

Nagoya protocol

“Voor het verzamelen van genetisch materiaal van planten gelden wettelijke regels. Dit is vastgelegd in het Nagoya protocol. Dit protocol ziet erop toe dat de voordelen van het gebruik van genetische bronnen eerlijk worden gedeeld tussen gebruikers en leveranciers. Voor het organiseren van een verzamelmissie is het meestal nodig om aan lokale biodiversiteits-autoriteiten toestemming te vragen. Ook als wijzelf rechtstreeks genetische bronnen van een lokale genenbank of andere instelling opvragen moet daarvoor eerst een contract getekend worden, een zogenaamde “Material Transfer Agreement”, zegt Rik.

Toekomst

In wild materiaal zitten genen die mogelijk resistenties bieden tegen plantenziekten of geschikter zijn voor extreme klimaatomstandigheden. Er is nog heel veel genetisch materiaal te vinden in de natuur dat van belang kan zijn voor de verbetering van onze rassen. Door het te verzamelen wordt het genetisch materiaal veilig gesteld voor toekomstig gebruik. Dit is een zaak van belang voor alle veredelaars, en daarom werken de groenteveredelingsbedrijven binnen de brancheorganisatie Plantum nauw samen met het CGN en botanische instellingen om deze schatkist van de natuur te verzamelen en te bewaren.

Biodiversiteit

Door samen te werken met genenbanken en door nieuwe rassen te ontwikkelen met zeer diverse genetische achtergronden dragen wij direct bij aan het behoud van de agrobiodiversiteit op onze planeet en aan betere groenten voor volgende generaties.

Zo geven we vorm aan onze visie ‘Sharing a healthy future’.