CSR - 26-09-2025
Sla telen met minder stikstof
Sla telen met veel minder stikstof dan gebruikelijk? Slaveredelaar Wim van Vliet begon acht jaar geleden met toetsen of zijn slaplanten op de veredelingsvelden met minder mest toe konden.
Inmiddels krijgen de planten op zijn selectievelden al jaren minder stikstof dan gebruikelijk is in de praktijk. “Strengere restricties aan stikstofgift, hogere kosten voor kunstmest; Rijk Zwaan wil daarop voorbereid zijn. We willen telers rassen kunnen leveren die aan nieuwe vereisten voldoen”, licht Wim van Vliet toe.
Europa heeft op veel plaatsen een overschot aan stikstof. Stikstofverbindingen als stikstofoxiden en ammoniak – uitstoot uit het verkeer, de industrie en de veehouderij - komen terecht in de bodem, water en lucht. Voedingsstoffen die planten niet opnemen, zoals nitraat, spoelen uit naar het grond- en oppervlaktewater. Dat gebeurt zeker op de lichte gronden waar sla goed op gedijt. Ook kunnen hoge nitraatgehaltes in de bodem leiden tot uitstoot van lachgas, een sterk broeikasgas. Te veel uitgespoelde nitraat in het water kan leiden tot verlies van biodiversiteit en is een bedreiging voor de drinkwaterkwaliteit. De Europese Commissie heeft regels opgesteld om de biodiversiteit te beschermen en de lucht- en waterkwaliteit te verbeteren. Terugdringen van stikstofverliezen in de landbouw is daar een belangrijk onderdeel van.
Telers willen ook
“We móeten terug met de stikstofgift”, voorziet Wim van Vliet, Breeder Lettuce. “Het gaat binnen een aantal jaren problemen geven, hetzij door regulering omwille van de biodiversiteit en gezonde bodem, water en lucht. Hetzij door hoge kosten, want kunstmest is duur, onder meer door de gestegen prijzen van de brandstof die nodig is voor de productie.”
Telers zijn geïnteresseerd, merkt hij. “Zij willen ook bemesting uitsparen. Alle voeding die je niet hoeft toe te voegen, is meegenomen. Een groot Duits slateeltbedrijf dat hier vorig jaar onze proeven zag, experimenteert nu zelf ook met lagere mestgift. Er zijn meer telers die de grens opzoeken van wat mogelijk is.”
Net zo robuust
Aangepaste rassen maken, zoals slarassen die gezond groeien met minder stikstof, kost tijd. Door bijtijds op zo’n ontwikkeling in te spelen, is Rijk Zwaan al op weg richting zulke rassen, voor het echt nodig is. “De ijsbergslarassen van Rijk Zwaan zijn robuuste rassen, die tegen een stootje kunnen. We doen ook proeven met minder watergift. Mijn doel is rassen te maken die net zo sterk zijn, maar dan geteeld kunnen worden met minder vocht en voeding.”
Wachten met bemesting
“Doorgaans geven slatelers twee keer per seizoen stikstof: voor het zaaien en bij het schoffelen. Wij beginnen altijd met meten: met hoeveel stikstof starten we in de bodem en hoe lang doen de planten daarmee?”
De hoeveelheid stikstof varieert van perceel tot perceel. Op zandgrond bevat de bodem na de winter vaak helemaal geen stikstof meer. Zavelgronden, met meer klei, bevatten soms nog wel een voorraad stikstof bij de start van de teelt. “We hebben de afgelopen jaren bij onze selectievelden eerst even afgewacht met bijmesten op het schoffelmoment. We kijken hoe lang de stikstofvoorraad toereikend is, zelfs op zandgronden. We kunnen de planten langer volgen dan bij telers. Ze staan bij ons lang op het land omdat we goed de kwaliteit willen volgen en bekijken hoe sterk ze zijn. Er waren de afgelopen jaren percelen bij waar slaplanten zonder problemen groeiden en er aan het eind van de teelt nog steeds stikstof aanwezig was. Zonder extra bemesting.”
Nieuwe rassen minder voeding nodig
Het kan dus, sla telen met minder stikstof. In feite zijn alle slarassen die Wim van Vliet de afgelopen jaren selecteerde geteeld met veel minder stikstof dan gebruikelijk. “Omdat we hier al acht jaar mee bezig zijn en een nieuw slaras maken zo’n zes jaar kost, kun je stellen dat al onze nieuwe ijsbergslarassen echt met minder stikstof toekunnen dan wat in het algemeen geadviseerd wordt”, bevestigt Wim van Vliet.
Garanties geven
“We willen dit natuurlijk kunnen garanderen. We willen tegen telers kunnen zeggen: ‘dit ras kun je met x kilo stikstof minder telen’.” De vele variaties per seizoen, per land, per grondsoort en zelfs per perceel, maken dat nu nog lastig. Daarom heeft Rijk Zwaan sinds een jaar de proeven uitgebreid. Niet alleen op de proefvelden in het Nederlandse Fijnaart, ook bij Rijk Zwaan Welver, in Duitsland en bij Rijk Zwaan Ibérica in Spanje. Niet alleen op eigen percelen, ook bij telers. “Met bredere proeven en meer data kunnen we meetbaar maken hoeveel minder stikstof onze rassen nodig hebben.”