Winterklimaat en watergift
Algemeen
Sla beregenen is afhankelijk van het klimaat, de bodemvochtigheid, de zoutconcentratie, de grondsoort, het plantstadium, het ras en de toestand van het gewas. In het algemeen kan men stellen dat er niet gegoten wordt bij een sla die in de voormiddag parelt of een zwakke onderkant vertoont.
Donker kil weer (1 à 5°C)
In een periode met weinig activiteit mag de watergift sterk teruggedraaid worden. De serre blijft lang gesloten en de plant heeft bijna geen vocht nodig. Als deze periode aanhoudt kan men best in de voormiddag iets verwarmen zodat de ramen af en toe open kunnen. Leg de ventilatielijn dichter tegen de stooklijn, zodanig dat er toch vochtafvoer is, omdat warme lucht meer vocht bevat dan koude.
Zacht donker weer (7 à 10°C)
Met dit weer wordt er wel gelucht maar er is weinig verdamping. Het is moeilijk in te schatten wanneer men best water geeft. Veel hangt af van de RV en de bodemvochtigheid. Geef een broes of een kleine watergift van 1 à 2 liter als de bodemvochtigheid laag is en/of de RV < 85 % is.
Mist
Met (bijna) 100 % RV staat de plant stil en hoeft men geen water te geven, tenzij in de loop van de dag het klimaat sterk verandert.
Zonnig zacht weer
In deze periode blijft de plant groeien, waarvoor er vocht nodig is. Is de bodem eerder droog en toont de sla droogteverschijnselen, geef dan water. Twee gietbeurten per week van 3 tot 5 liter kan. Hou echter wel rekening met de ingestelde stooktemperatuur indien er terug een koudere periode aanbreekt. Houdt men een minimumtemperatuur aan van 6 graden of meer, is het geen probleem een grotere beurt te geven, vooral voor jonge sla. Teelt men kouder dan kan men best voorzichtig omspringen met water en een kortere beurt geven. De frequentie mag dan wel hoger zijn.
Vorst
Als de temperatuur sterk daalt, gaat dit veelal gepaard met heldere dagen. Ondanks een gesloten serre is er toch vochtafvoer via condensgoten. Als de zon schijnt is meestal de lucht droger en verdampt de plant. Geef daarom elke week een gietbeurt afhankelijk van de ingestelde stooktemperatuur. Geef bij een laag temperatuursregime 1 à 2 liter/m² en bij een hoog 2 à 5 liter/m².
Sneeuw
Indien men te koud teelt zal de sneeuw langer op het glasdek blijven liggen, wat de lichtintensiteit sterk beperkt. De plant is hierdoor (zeer) weinig actief. Beperk de watergift als de sneeuw een langere periode blijft liggen. Een broesje van een halve liter tot een liter om de 10 à 14 dagen is dan voldoende.
Het Rijk Zwaan-assortiment voor de komende zaaiperiode:
Kropsla
- Gardia RZ (HR Bl:1-27)
- Alexandria RZ (HR Bl:1-23,25/Pb)
- Flandria RZ (HR Bl:1-17,21,23)
- Zendria RZ (HR Bl:1,4-22,24,25,28/Pb)
Rode Kropsla
- Teodore RZ (HR Bl:1-28)
Lollo Bionda
- Livorno RZ (HR Bl:1-17,21,23)
- Lugano RZ (HR Bl:1-16,21,23)
Lollo Rossa
- Satine RZ (HR Bl:1-28/Nr:0)
Eikenblad groen
- Kitonia RZ (HR Bl:1-28/Nr:0/Pb)
Eikenblad rood
- Eventaï RZ (HR Bl:1-23,25/Pb)
- Soupiraï RZ : (HR Bl:1-28/Nr:0)
Bindsla
- Maximus RZ (HR Bl:1-27)
Batavia RZ
- Donertie RZ (HR Bl:1-28/Nr:0)
Voor de exacte zaaidata verwijzen wij naar het slaboekje “Assortiment sla- en andijvierassen onder glas”
2011-2012 of contacteer uw teeltadviseur.
